De wereld zien

Dorothea Lange zei ooit “The camera is an instrument that teaches people how to see without a camera

Dat beschrijft alles wat fotografie voor mij betekent. Fotografie is in mijn ogen een manier om de wereld te zien. Om dingen te zien die anders niet eens opvallen. Om de wereld om mij heen vast te leggen. Beelden die op het moment van vastleggen alweer geschiedenis zijn.

Ik fotografeer niet omdat ik het goed kan. Ik vind zelfs dat ik het helemaal niet goed kan. Ik fotografeer omdat ik het leuk vind om te doen. Bovendien kijk ik anders door mijn lens naar de wereld, ik ben me bewuster van wat ik zie. En dat is leuk, zelfs zo leuk dat ik er gelukkig van word. Want de wereld is iets moois en dat gaat nog wel eens aan ons voorbij.

Iedere fotograaf heeft een andere reden om te fotograferen. Zo fotografeert mijn vader voornamelijk omdat hij van de techniek houdt. Een ander fotografeert vooral vanwege het  resultaat en ik fotografeer omdat ik de wereld wil zien en ik wil deze op een zo goed mogelijke manier vastleggen.

Dit doe ik tegenwoordig dus met een analoge camera. En ik moet toegeven dat ik daarnaast ook wel van de resultaten houd. Als er één goede foto op een rolletje zit terwijl de rest is mislukt dan ben ik wel heel blij met die ene foto! 

Afgelopen september besloot ik na lang wikken en wegen om een Holga 135 te kopen. Dat was één van de beste besluiten in mijn leven. Hij kostte niets en mijn eerste rolletje lukte heel erg goed. Zo goed zelfs dat mensen die de foto’s zagen ook zulke analoge foto’s willen gaan maken.

Een foto van mijn eerste rolletje uit mijn Holga. Gebruik gemaakt van Double Exposure.

Een foto van mijn eerste rolletje uit de Holga. Gebruik gemaakt van Double Exposure.

Sinds 18 november neem ik elke dag mijn analoge camera mee. Elke dag sleep ik mijn zware Minolta SR-T 101b mee. “Je kunt er iemands hoofd mee inslaan, zo zwaar istie”, zegt mijn vader.

Daarvoor had ik mijn digitale camera ook altijd bij me. Omdat er altijd een kans is dat ik ergens een foto van móet maken.
Er zijn al wat analoge frustraties. Zo duurt het eeuwig, voordat de foto’s ontwikkeld zijn. Er mislukt veel en het is eigenlijk best wel duur. Ondanks dat vind ik het leuk.

Een Holga 135 is een Lomography camera. Lomography, een afleiding van de Russische plastic camera Lomo LC-A. (Ik kocht een originele uit 1989 op de Fotograficabeurs waar ik ook mijn Minolta kocht.)

Lomography is een analoge fotobeweging en community, deze bestaat uit Lomografen: een groep analoge fotografen die creatief en experimenteel fotograferen. Meestal met plastic analoge camera’s zoals de LOMO LC-A, Diana F+ en de Holga.

Ik ben in feite nu ook een Lomograaf. Ik heb een LomoWall, ik like en lees de tipsters en artikelen op de site en ik zou mee kunnen doen aan wedstrijden. Lomography is hip. Ik weet niet of ik de hipheid leuk vind. Ik vind het leuk om met mijn Holga en Lomo LC-A te fotograferen en experimenteren. Experimenten met mijn rolletjes te doen en ik hou ontzettend van double exposure foto’s (twee foto’s over elkaar). Maar ik hou ook van de puurheid van analoge fotografie, zonder poepas en zonder bewust veranderen van kleuren/beelde door gebruik te maken van (plastic) camera’s en speciale film. Ik hou dus ook van het simpele vastleggen van de wereld. De “echte” analoge fotografie. Daarom heb ik nu beide soorten camera’s. Ik sluit geen van beide uit, maar ik wil analoog leren fotograferen. Ik wil niet een goede lomograaf worden.

Dit blog is een zoektocht naar mijzelf als analoog fotograaf. Dat zoeken doe ik al een tijdje maar ik ben nog lang geen goede analoge fotograaf.
Ik wil de wereld door de lens leren kennen. En dat is door de lens van mijn Minolta maar ook door de lens van mijn Lomo camera’s. De Minolta is voor de puurheid, de Lomografie voor de creativiteit. Een combinatie van beide.

Wat vinden jullie, kun je allebei doen; Puur analoog (met spiegelreflex) en Lomography? Of moet je voorstander zijn van één van beide?

Advertenties